|
“HET GROOTSTE DEEL
VAN HUN VEL IS WIT
EN ALS ER VLEKKEN ZIJN, ZIJN DIE GEWOONLIJK ROOD”
Dr Caius in “Off
English Dogges”
Voor de erkenning als ras
Het land van herkomst is volgens Dr
Caius, die in 1570 het boek Off English Dogges schrijft,
Spanje. En als hij schrijft over witte spaniels met rode vlekken, dan
denken wij natuurlijk aan ‘onze’ Welsh Springer Spaniel. De vroege
historie van wat wij nu rassen noemen ontrafelen, is vrijwel
onmogelijk. Stamboeken bijhouden is dan nog niet aan de orde. En àls
het wordt gedaan, bij voorbeeld bij de aristocratie en aan vorstelijke
hoven, dan is daarvan vaak niets bewaard gebleven. In oude wetten van
Wales, rond het jaar 300, is al sprake van (Welsh Springer?) Spaniels.
Men gaat er van uit dat emigranten vanuit Bretagne in Frankrijk hun
eigen honden hebben meegenomen naar Wales en die daar hebben gekruist
met de lokale honden. Iedereen ziet het verband tussen de woorden
Spanje, Epagneul en spaniel. En wie de
Epagneul Breton bekijkt – het Franse broertje van de Welsh Springer –
ziet onmiddellijk verwantschap.
Toch moeten wij het voornamelijk doen
met veronderstellingen, met algemene beschrijvingen in oude boeken en
met oude afbeeldingen. Talrijke prenten en schilderijen uit de 17de,
18de en 19de eeuw, zowel op het vasteland van
Europa als in Engeland, tonen spaniels, vaak ook wit-rood. Of dat de
voorlopers van Welsh Springer Spaniels zijn? We kunnen er slechts naar
raden.
Welsh Spaniels of
Welsh Cockers
Vast staat in ieder geval dat er aan
het einde van de 19de eeuw in Wales wit-rode spaniels zijn,
die in groepen worden gehouden ten behoeve van de jacht. Men noemt ze
gewoonlijk Welsh Spaniels of Welsh Cockers.
In deze periode woont in Zuid-Wales - in de Neath Valley – ene Mr A.T.
Williams. Rond 1900 verklaart deze spanielliefhebber dat zijn familie
al meer dan honderd jaar met deze wit-rode spaniels werkt. Hij is de
eigenaar van de reu Corrin, geboren in 1893, die
wordt gezien als een zuivere vertegenwoordiger van de Llanharan
stam. Gezien de geïsoleerde ligging van dit gebied, mag men
veronderstellen dat er vanaf begin 1800 al min of meer ‘uniforme’
wit-rode spaniels in Wales zijn. Ook diverse andere families fokken
wit-rode spaniels, houden fokgegevens bij en laten tekeningen en
foto’s van hun honden maken.
Makkelijker wordt het om de
geschiedenis te traceren als er pogingen worden ondernomen om de Welsh
Spaniel als een apart ras geregistreerd te krijgen. Dezelfde A.T.
Williams wordt daarvan de grote voorvechter. Rond het begin van de 20ste
eeuw is de tijd daar rijp voor. Men gaat op papier zetten hoe de
rassen eruit (behoren te) zien; de rasstandaard wordt geboren. Nu,
bijna 100 jaar later, doen wij het nog steeds met diezelfde
rasstandaard, behoudens enkele kleine wijzigingen.
In 1902 hebben de pogingen van de
liefhebbers succes en wordt de Welsh Spaniel door de
Engelse Kennel Club als een
apart ras erkend.
Vanaf 1902 tot 1967 staat er in de rasbeschrijving: A distinct
variety, which has been preserved purely for working purposes.
In de huidige tekst lezen we:
Very ancient and distinct breed of pure origin. Met deze
wijziging is vastgelegd dat de Welsh zijn plaats als werkhond is gaan
delen met die van huis- en showhond.
Na de erkenning als apart ras
Mr Williams streeft naar meer
uniformiteit binnen het ‘nieuwe’ ras. Welsh Spaniels (veelal zonder
het tussenvoegsel ‘Springer’) verschijnen meer en meer op
tentoonstellingen. Mr Williams roept fokkers en keurmeesters op zich
aan de nieuwe rasstandaard te gaan houden. Hij schrijft te hopen dat
keurmeesters overdrijvingen in het uiterlijk niet zullen honoreren.
Hij weet dat het mooier en eleganter maken van werkhonden afbreuk doet
aan hun werkcapaciteiten.
In 1901 staat er in de Engelse
hondenkrant ‘Our Dogs’ een foto met maar liefst negen Welsh Spaniels.
Behalve hun namen en die van de eigenaren zijn ook hun gewichten
vermeld. Dat is één van de manieren om hen van andere spaniels, zoals
bij voorbeeld de Cocker, te onderscheiden.
De tekst bij de foto
luidt: The strain of these dogs are known in the country as the
Llanharan, the Green meadow and the Pont neath
Vaughan. All the same
type, all Springers of the old class, kept and used for generations in
this country, and are considered by them as the best for their working
qualities for the rough districts they have to work.
Op de foto is duidelijk te zien dat
deze Welsh Spaniels niet alleen gelijkvormig zijn in type, maar op
onderdelen (hoofd, oor, outline) sterk verschillen van de Engelse
Cocker Spaniel.
Verrassende vondst
In alle boeken en geschriften over de
Welsh Springer Spaniel wordt geschreven dat Mr Williams’ Welsh
Spaniels Corrin en diens zoon Corrin of
Gerwn (geboren in 1893 en 1898) geregistreerd worden als
Engelse Cocker Spaniel én als Welsh Springer Spaniel. De Engelse
historicus John Phillips kan echter, aan de hand van een
Engels-Canadese vondst, in 2000 melden: We now know that the two
most mentioned non-Welsh Springers were never registered in
their correct breed. Of ze ooit wel als Engelse Cocker zijn
geregistreerd valt nog te betwijfelen. Nazaten van Corrin, die is
geboren uit niet-geregistreerde ouders – worden als Engelse Springers
(!) én als Welsh Springers geregistreerd.
Een eigen rasvereniging
Na de erkenning van het ras (1902)
ontstaat de eerste rasvereniging: The Welsh Spaniel Club. (Niet
Welsh Springer Spaniel Club!) Mrs H.D. Greene van de
Longmynd kennel is de secretaris, maar vanwege het
uitbreken van de Eerste Wereldoorlog moet men de werkzaamheden
opgeven. De verwachtingen ten aanzien van de toekomst zijn zó somber
dat Mrs Greene besluit al haar Welshen te laten inslapen. Ze is bang
dat er op den duur niet meer voldoende voedsel voor haar honden zal
zijn. Gelukkig hebben we het schitterende schilderij van Maud Earl,
waarop twee Welshen uit de Longmynd kennel in 1906 zijn vereeuwigd.

Olieverfschilderij van Maud Earl (1864-1943). Dit zijn Ch Longmynd
Myfanwy en Ch Longmynd Megan
in 1906. (Collectie: The Kennel Club, Engeland.)
In 1923 wordt, in Zuid-Wales, voor de
tweede keer een rasvereniging opgericht: nu de
Welsh Springer
Spaniel Club. Colonel Downes Powell, eigenaar
van de O’ Matherne kennel, is de initiator en hij
zal de club 24 jaar leiden. Het eerste jaar van het bestaan wordt
afgesloten met meer dan honderd leden en ook de eerst Field Trial
wordt door de nieuwe club georganiseerd. Er vinden in die jaren echter
nog kruisingen met Cockers plaats en veel nesten worden niet
geregistreerd. In 1925 worden er 127 Welshen geregistreerd, maar dat
betekent dus dat er méér geboren zijn.
Een aardig verhaal in dit verband is
dat de eerste hond uit de Stokecourt kennel van Mrs D.
Morriss, Beau genaamd, wordt geboren uit een onbekende vader en
een niet-geregistreerde moeder. Een keurmeester op een show besluit
dan maar dat Beau een echte Welsh Springer Spaniel is! Al vanaf de
jaren twintig ontwikkelen zich kennels die zich toeleggen op de zgn.
dual-purpose hond. Een Welsh die én in de showring én in het jachtveld
prestaties levert. Goede voorbeelden hiervan zijn de Rockhill,
Stokecourt en Rushbrooke Welshen.
Rhondda Valley
In de jaren twintig en dertig vindt
men Welsh Springer Spaniels in Herefordshire, Devon, Somerset,
Cornwall, in de Midlands en ook in het zuiden van Engeland.
Een naam die voor altijd verbonden zal
blijven aan Welsh Springer Spaniels duikt al in de jaren twintig op:
Mr Harold Newman uit Treorchy in de Rhondda Valley in
Wales. Zijn eerste Welsh Springer is Barmaid (Jerry-Yr-Maer x
Chep Filo). Met haar fokt hij in 1932 één van de beste honden uit die
tijd: Dere Mhlaen, een zoon van Ch Marksman O’Matherne.
Pas later bedenkt hij zijn kennelnaam: Pencelli.
Deze kennel zal tot 1980 actief en succesvol blijven! In tegenstelling
tot andere leden van de ‘oude garde’, die fokken, werken en
tentoonstellen combineren, is Harold Newman een fokker en exposant pur
sang. Het heeft de fokkers van dual-purpose honden er echter niet van
weerhouden zijn fokdieren ruim in hun fokkerij te gebruiken.
De Tweede Wereldoorlog
Het aantal Welsh Springers dat wordt
geregistreerd daalt dramatisch: 21 in 1942. De club staat min of meer
op non-actief, want er waren in 1939 nog 81 leden. Col Downes Powell
benoemt Harold Newman tot ‘bewaarder van het ras’ en geeft hem de
middelen om de fokkerij te kunnen blijven financieren. Midden de
oorlog, rond 1943, koopt Harold van ene Miss Evans Dewi Sant
(Dere Di x Tesco Thornycraft), een top Welsh en een bekende
dekreu in zijn tijd. Even voor de oorlog, in 1938, koopt Mr Cliff
Payne, ook uit Wales, een Welsh Springer uit de Tarbay
kennel en onder de kennelnaam Tregwillym
worden tot halverwege de jaren tachtig vele Welshen gefokt.
Na de oorlog (1947) wordt de
rasvereniging nieuw leven ingeblazen door secretaris/penningmeester Mr
Hal Leopard (Rushbrooke), die van 1963 tot 1966 voorzitter is.
In 1948 zijn er al weer 118 leden. Nieuwe namen doen hun intrede: Miss
D.H. Ellis (of Downland), Mrs D. Morriss (Stokecourt)
en Mrs M.I. Morgan (Branksome). In 1950 vliegt Miss
Ellis naar de Verenigde Staten. Ze neemt vijf Welshen mee, die op
verschillende Amerikaanse tentoonstellingen worden geshowd! De kranten
staan er vol van. Haar reu Philosopher of Downland zou
nu – meer dan een halve eeuw later – geen gek figuur slaan in de
showring.
De jaren vijftig en zestig
Fokken, exposeren en werken met
Welshen raakt in een stroomversnelling. De eerste Welsh die
Best-in-Show wordt is Brancourt Bushranger (1955). Ook
exporteren naar andere landen komt op gang. Wat Nederland betreft: in
1951 verschijnt de eerste Welsh Springer op een tentoonstelling, in
Breda. Dat is Red Rascal of Downland, gefokt door de
avontuurlijke Miss Ellis. Veel fokkers in die jaren plegen te wonen in
grote landhuizen met ruime kennels en ook Miss Ellis’ 12de
eeuwse landhuis in Sussex mag er zijn.
Ook nu nog bekende kennels zoals die
van Dr E. Rickards (Tarbay), Mrs D. Morriss (Stokecourt),
Mrs M. Mayall (Rockhill) en Mr Frank Hart (Denethorp)
maken naam, landelijk en overzee. Cliff Payne oogst successen, zowel
bij het werk als op de show, met zijn Tregwillym Welshen.
Ch Statesman of Tregwillym (Sh Ch Token of Tregwillym x
Trinket of Tregwillym) is niet alleen een celebrity in zijn tijd, maar
is ook één van de invloedrijkste Welshen.
En opnieuw doet een vrouw van zich
spreken: Miss Ann West met haar Linkhill kennel
in Zuid-Engeland. Haar Sh Ch Deri Darrell of
Linkhill wordt Best-in-Show op WELKS in 1964. Harold Newman en
Cliff Payne zijn in die na-oorlogse jaren de meest invloedrijke
fokkers geweest. Ze worden bewonderd en geïmiteerd. Fokkers uit de
jaren zestig, zeventig en tachtig beschouwen hen als hun mentors en
bouwen voort – vaak met hetzelfde succes – op hun fokmateriaal. Dat
zijn o.a. Hillpark, Athelwood, Wainfelin, Goldsprings en
Dalati. Een fokker die naam maakt met slechts één top
hond is Mr Hedley Perkins; zijn Sh Ch Bruce of Brent is
wereldberoemd en komt in de jaren tachtig op veel Nederlandse
stambomen voor.
Er voltrekken zich in deze jaren
duidelijke veranderingen in het uiterlijk van de Welsh Springer
Spaniel. De kleur rood wordt dieper; oranje of lemon komt nauwelijks
meer voor. De hals lijkt iets langer te worden, het beenwerk is
rechter en steviger. Ook aan het trimmen wordt meer aandacht besteed.
De eenheid in type neemt toe, alhoewel sommige kennels onmiddellijk
herkenbaar zijn in hun fokproducten. In 1967 worden er 253 Welshen
geregistreerd; in 1969 zijn dat er 385.
De jaren zeventig tot het
millennium
De fokkerij neemt een grote vlucht. In
1978 worden er 463 nesten geregistreerd. De eerste
Kampioenschapsclubmatch, met 58 inschrijvingen, vindt in 1971 plaats.
Sh Ch Progress of Pencelli en Sh Ch
Roger of Pencelli van Harold Newman zijn niet alleen
grote winnaars, maar ook zeer invloedrijke dekreuen. Minstens even
succesvol in de showring is dan Sh Ch Contessa of Tregwillym
(Dewi of Tregwillym x Maid of Henllys) van Cliff Payne. Met steun
van deze beide kenners starten Anne & John Walton hun Hillpark
fokkerij. Hun Welshen Sh Ch Hillpark Ceasar
en Sh Ch Hillpark Brutus kennen vele
successen in Amerika. Ook de Athelwood kennel van
Mrs Maggie Mullins doet van zich spreken. Deze fokster hanteert
jarenlang de pen in kynologische bladen en legt daarbij veel van de
geschiedenis uit deze periode vast. Een nieuwe ster aan het firmament,
die relatief kort maar hevig schijnt, is Mr Ken Burgess met zijn
Plattburn Welshen.
Sh Ch Plattburn Perchance
(Plattburn Poacher x Emma of Glenary) en Sh Ch Plattburn
Probability (Possibility of Plattburn x Plattburn
Peggianne) zijn toppers in hun tijd, die ook Best-in-Show
overwinningen behalen.
Plattburn is een type Welsh dat als ‘modern’ gekwalificeerd kan
worden. De vachten zijn zonder uitzondering dieprood en glad. De
honden maken een sterke indruk, diepe borsten en stevige ruggen. Hun
gangwerk is uitgrijpend en de bouw is symmetrisch. Een wezenlijk deel
van de Nederlandse fokkerij is in de jaren zeventig op Plattburn Welsh
Springers gebaseerd.
Grondleggers voor nieuwe foklijnen
Een kennel die in 1971 start met Welsh
Springers en wereldwijd befaamd zal worden is Dalati van
Mr en Mrs Noel & Dodo Hunton-Morgans. De Dalati Welshen domineren de
fokkerij en de showring meer dan 25 jaar. Deze begaafde fokkers
produceren tientallen toppers, die uitblinken in constructie en
(hoofd)type. Alhoewel vrijwel iedere Engelse Welsh Springer fokker van
enige betekenis inmiddels honden naar Europa, Amerika en Australië
heeft geëxporteerd, zijn het vooral Dalati Welshen die buiten Engeland
grondleggers zijn geweest voor nieuwe foklijnen. Maar ook in eigen
land doen ze dat: Ferndel, Weslave en Russethill
bij voorbeeld danken hun bestaan aan Dalati. De bekendste honden
uit deze kennel world wide zijn ongetwijfeld Sh Ch
Dalati Sarian (Tregwillym Royal Mint x Sh Ch Dalati Sal), die
in 1990 de jachthondengroep op Crufts wint, en Sh Ch Dalati
Sioni (Sh Ch Dalati Cais x Sh Ch Dalati Fflur), die in
1992 de titel ‘Top Stud Dog All Breeds’ wint. Sioni is, in mijn
opinie, de reu met de beste papieren als het om kwaliteit in de
vererving gaat. Aan de activiteiten van deze kennel is bij het aflopen
van de 20ste eeuw een einde gekomen. Bij kenners van het
ras is het Dalati type veelal favoriet.
Het ras floreert: in 1989 worden er
800 pups geregistreerd en aan het einde van 1986 zijn meer dan 900
liefhebbers lid van de rasvereniging. Sh Ch Wainfelin Barley
Mo (Tregwillym Royal Mint x Wainfelin Rhos Mair) van Mr en
Mrs Mansel & Avril Young is ook een hond die in de jaren tachtig
wereldwijd bekend wordt. De Wainfelin kennel is gestart in 1974,
gebaseerd op Tregwillym, maar stopt net voor het millennium met
fokken.
Het jaar 1986 is een topjaar voor het
ras: er worden 715 pups in het stamboek ingeschreven. De rasvereniging
telt in 1988 882 leden. Het aantal voor Welsh Springer te winnen CC’s
is gestegen van 20 (1975) naar 32 (1988).

Sh Ch
Wainfelin Barley Mo,
top Welsh Springer in de jaren tachtig.
(Foto: Marinus Nijhoff.)
Nieuwe namen
In de jaren zeventig en tachtig komt
de export, o.a. naar Nederland, goed op gang. Gekozen wordt uit de
succesvolle kennels in die jaren, o.a.: Dalati, Wainfelin,
Northey, Delkens, Mapleby, Hillpark en
Russethill. Merkwaardiger genoeg is het een ‘outsider’,
de teef Sh Ch Kamp. Bramblebank Calamity Jane,
die (via haar zoon Kamp. Valentijn van Snellestein) de grootste
invloed op de fokkerij in Nederland na 1980 zal krijgen.
In deze periode ontstaat
een behoorlijk aantal zeer succesvolle kennels in Engeland, zoals o.a.:
Trealvi (Mrs Vi Buchanan), Knockmains (Mr
Jock Beattie), Tamaritz (Mr & Mrs Phillip Green),
Cwrt Afon (Mr & Mrs L. Morgan), Menstonia
(Mrs Christine Knowles), Northey (Mrs
Christine McDonald), Russethill (Mrs Doreen Gately),
Nyliram (Mr Tom Graham), Weslave
(Mr & Mrs John Hartley), Ferndel (Mr John
Thirlwell), Julita (Mrs Julie Revill),
Parkmist (Mr & Mrs Bill Short), Taimere
(Mr & Mrs Graham Tain), Highclare (Miss G.
Tully), Kazval (Mr Frank Whyte), Dalville
(Mrs Ruth Dalrymple) en Zamberlan (Mrs Jane Hopkins).
De opmars naar alle
windstreken, ook naar het hoge noorden, is een feit. Uit bijna al deze
kennels zijn honden naar Nederland gekomen.
En weer is er één Welsh die in deze
periode geschiedenis schrijft: Sh Ch Russethill
Royal Salute Over Nyliram (Sh Ch Dalati Sioni x Russethill
Reverie) van Mr Tom Graham. Hij is één van de vele succesvolle zonen
van Dalati Sioni en de Welsh met de meeste kampioenschappen: 58,
waarvan 42 met BOB. ‘Harvey’ is de Top Welsh in 1992, 1993 en 1994.
‘Overall Top Gundog’ en 4de ‘Top Dog of All Breeds’in 1993.
Nationaal en internationaal een ambassadeur voor het ras. Een topteef
uit de jaren negentig is Sh Ch Northoaks Sea Mist of
Menstonia (Sh Ch Dalati Sibrwd x Menstonia Moonlight
Mist; 42 CC’s; eigenares Mrs Christine Knowles). De toppers van
vandaag de dag zijn de teef Sh Ch Cleavehill Brynberrys
(Don’s Simply Red at Highclare x Cleavehill Rhianna)van Mrs Jean
Taylor en de reu Sh Ch Ferndel Copywrite (Sh Ch Kazval
Watermark for Weslave x Sh Ch Ferndel Cecilia) van Mrs
M. Thirlwell. Brynberrys is Top Welsh 2000 en 2001, terwijl Copywrite
de beste van 2002 is, Crufts wint in 2003 en in dat jaar ook diverse
groepsoverwinningen heeft.
|

De reu met de meeste kampioenschappen in
Engeland: Sh Ch Russethill Royal Salute Over Nyliram,
gefokt door Mrs Doreen Gately en eigendom van Mr Tom Graham.
(Foto: Marinus Nijhoff.) |

Top Welsh Springer in 2000 en 2001: Sh Ch Cleavehill Brynberrys,
gefokt door en eigendom van Mrs Jean Taylor. (Foto: Ria Hörter.)
|

Top reu in 2002 en 2003: Sh Ch
Ferndel Copywrite,
gefokt door en eigendom van Mr John Thirlwell.
(Foto: Arlene Tester.)
In 1987 ondergaat de rasstandaard weer
een aantal kleine wijzigingen. Het algeheel beeld spreekt nu van
een gedrongen hond. Onder het kopje aard komt te staan:
Vriendelijk van aard, geen sporen van agressie of nervosteit tonend.
De kleur van de neusgaten mag (weer) bruin tot donker zijn. Bij
het gebit wordt nu een regelmatig en compleet schaargebit
gevraagd. In de oude tekst stond ‘noch onder- noch bovenvoorbijtend’,
waarmee een tanggebit in principe dus was toegestaan. Ook de
maatvoering bij de heren wordt wat soepeler: reuen ongeveer 48 cm.
Niet schokkend allemaal, slechts richtinggevend.
(Weer) toenemende belangstelling
voor de werkende Welsh
Purely for working purposes
zegt de standaard van 1902 tot 1967. Er zijn echter jaren waarin het
lijkt alsof de Welsh alleen show- en huishond is. Daarin komt
verandering als er een aantal fokkers komt dat het werken met de Welsh
weer actief promoot. Dat kan uiteraard niet meer onder dezelfde
omstandigheden als in de eerste helft van de 20ste eeuw.
Deze fokkers kiezen bewust voor een dual-purpose Welsh: showen én
werken. In het begin van de jaren zeventig zijn dat vooral Mr Gordon
Pattinson (Tidemarsh), Mrs Angie Lewis (Riscoris),
Mrs Dolly Leach (Presthill) en Mrs Eileen
Falconer (Hackwood). In de jaren tachtig breidt
deze groep zich uit met o.a. Mr John Phillips (Topmast),
Mr & Mrs Derek Dean (Pasondela), Mr & Mrs
John Derrick (Mynyddmaen), Mrs Julie Revill (Julita)
en Miss Gill Tully (Highclare). Vooral de drie
laatstgenoemden slagen erin de top te bereiken, zowel in de showring
als in het veld. Net als in Nederland is er in Engeland – gelukkig –
geen discussie over ‘showtype’ en ‘werktype’. In 1983 vindt de
‘revival of working’ haar hoogtepunt in een door de club
georganiseerde Field Trial.
Exporten en nieuw clubs
Met exporten naar o.a. Amerika, de
Scandinavische landen, Nederland, Australië en Nieuw-Zeeland draagt
Engeland in hoge mate bij aan de opbouw en ontwikkeling van het ras in
deze landen. In Nederland start de echte geschiedenis met een of
Downland Welsh. Zweden begint met Linkhill,
Frankrijks eerste Welsh is uit de of Tarbay
kennel en Amerika’s geschiedenis begint met o.a. een Longmynd
Welsh Springer. Het bezoeken van shows en clubmatches in Engeland
wordt echt populair aan het einde van de jaren zeventig.
Welshliefhebbers uit de hele wereld treffen elkaar in het moederland.
In 1980 wordt in Engeland een tweede rasvereniging opgericht: de
Welsh Springer Spaniel Club of South Wales .
Deze club, met een sterk ‘Welshe inslag’ en veel aandacht voor de
werkende spaniel, houdt haar eerste clubmatch in 1985. Spoedig daarna
volgt de oprichting van nog twee clubs: de South Eastern Welsh
Springer Spaniel Club (1987) en de North of England Welsh
Springer Spaniel Club (1990). De grote afstanden en de
verspreiding van het ras over het hele land liggen aan de oprichting
van de nieuwe rasclubs ten grondslag. Alle vier organiseren ze Open
Shows en Kampioenschapsclubmatches en verspreiden ze Newsletters. De
W.S.S.C. publiceert elk jaar het ‘Yearbook’. Een bekroning op hun
samenwerking vormt het internationale Welsh Springer Spaniel Seminar
in 2000: WSS2000, waar liefhebbers uit vele landen, tot uit Amerika en
Canada toe, aanwezig zijn.
Engeland is geen eiland meer
Door de jaren heen hebben grote
fokkers prominente plaatsen ingenomen in het bestuur van de
rasvereniging. Dr Ester Rickards (of Tarbay) is voorzitter van
de W.S.S.C. van 1966 tot 1977; Mr Harold Newman (Pencelli)
wordt in 1975 president en Mr Noel Hunton-Morgans (Dalati)
bekleedt diezelfde functie van 1984 tot 1994. Het langste aantal
dienstjaren heeft Mrs Anne Walton (Hillpark). Zij is secretaris
en penningmeester vanaf 1970, voorzitter vanaf 1985 en ze bekleedt
sinds een aantal jaren de honoraire functie van president. Er vindt
niet alleen export van honden plaats, maar ook van kennis. In Amerika
verschijnt al in 1977 het eerste echte boek over het ras: The
Welsh Springer Spaniel, History, Selection, Training and Care
door William Pferd III. In 1985 verschijnt de eerste druk van
The Essential Welsh Springer Spaniel door John
Phillips en in 1999 verschijnt Anne Waltons boek Welsh Springer
Spaniel. Internet en e-mail zorgen rond het millennium voor de
grootste doorbraak wat informatie uitwisseling betreft. Elke dag
communiceren vele honderden liefhebbers van het ras met elkaar. Van
Zweden tot Nieuw-Zeeland en van Ierland tot Oostenrijk.
 |
The World of Dogs:
Welsh Springer Spaniel. Een
standaardwerk over het ras, geschreven door
fokker/keurmeester/exposant Mrs Anne Walton (Hillpark).
(T.F.H. Kingdom,
1999.
ISBN 1852791128. (Verkrijgbaar in de
shop van de
W.S.S.C.) |
Engeland is geen eiland meer; de wit-rode spaniel uit de Neath Valley heeft wereldwijd een plaats
veroverd. Als huishond, showhond en jachthond.
In ‘De
Hondenwereld’ van februari, maart, april en mei 1986, van december
1990 en van oktober 1996 is de complete historie van de Welsh Springer
Spaniel en de fokkerij in Nederland gepubliceerd. Bovenstaand artikel
is in uitgebreide vorm verschenen in ‘De Hondenwereld’ van maart en
april 2002. |