U bevindt zich hier: > Het ras - Geschiedenis Engeland


  Home

 


Olieverfschilderij van de Engelse schilder Edwin Frederick Holt (1854-1897). De grote honden kunnen rood-witte Ierse Setters zijn; de kleine rood-witte zijn ongetwijfeld spaniels.
(Collectie: Mrs Vincent Astor.)

  Introductie

  Inhoud
  Bestuur
  Het ras
  Werkende Welsh
  De W.S.S.C.
 Clubactiviteiten
  Ras- en pupinfo
  W.S.S.C.-Shop
  Tentoonstelling
  Nieuws
  Links
  Gezondheid


Officieel sponsor WSSC
 

 

 

 

 

 

 

 

 


 


> Rasstandaard

> Uiterlijk en
    temperament


> Geschiedenis
    Engeland


> Geschiedenis
    Nederland

> Literatuur
 

       Tekst: © Ria Hörter

Korte geschiedenis van het ras in het land van herkomst:

Engeland

“HET GROOTSTE DEEL VAN HUN VEL IS WIT
EN ALS ER VLEKKEN ZIJN, ZIJN DIE GEWOONLIJK ROOD”

Dr Caius in “Off English Dogges”
 

Voor de erkenning als ras

Het land van herkomst is volgens Dr Caius, die in 1570 het boek Off English Dogges schrijft, Spanje. En als hij schrijft over witte spaniels met rode vlekken, dan denken wij natuurlijk aan ‘onze’ Welsh Springer Spaniel. De vroege historie van wat wij nu rassen noemen ontrafelen, is vrijwel onmogelijk. Stamboeken bijhouden is dan nog niet aan de orde. En àls het wordt gedaan, bij voorbeeld bij de aristocratie en aan vorstelijke hoven, dan is daarvan vaak niets bewaard gebleven. In oude wetten van Wales, rond het jaar 300, is al sprake van (Welsh Springer?) Spaniels. Men gaat er van uit dat emigranten vanuit Bretagne in Frankrijk hun eigen honden hebben meegenomen naar Wales en die daar hebben gekruist met de lokale honden. Iedereen ziet het verband tussen de woorden Spanje, Epagneul en spaniel. En wie de Epagneul Breton bekijkt – het Franse broertje van de Welsh Springer – ziet onmiddellijk verwantschap.

Toch moeten wij het voornamelijk doen met veronderstellingen, met algemene beschrijvingen in oude boeken en met oude afbeeldingen. Talrijke prenten en schilderijen uit de 17de, 18de en 19de eeuw, zowel op het vasteland van Europa als in Engeland, tonen spaniels, vaak ook wit-rood. Of dat de voorlopers van Welsh Springer Spaniels zijn? We kunnen er slechts naar raden.  

Welsh Spaniels of Welsh Cockers

Vast staat in ieder geval dat er aan het einde van de 19de eeuw in Wales wit-rode spaniels zijn, die in groepen worden gehouden ten behoeve van de jacht. Men noemt ze gewoonlijk Welsh Spaniels of Welsh Cockers. In deze periode woont in Zuid-Wales - in de Neath Valley – ene Mr A.T. Williams. Rond 1900 verklaart deze spanielliefhebber dat zijn familie al meer dan honderd jaar met deze wit-rode spaniels werkt. Hij is de eigenaar van de reu Corrin, geboren in 1893, die wordt gezien als een zuivere vertegenwoordiger van de Llanharan stam. Gezien de geïsoleerde ligging van dit gebied, mag men veronderstellen dat er vanaf begin 1800 al min of meer ‘uniforme’ wit-rode spaniels in Wales zijn. Ook diverse andere families fokken wit-rode spaniels, houden fokgegevens bij en laten tekeningen en foto’s van hun honden maken.

Makkelijker wordt het om de geschiedenis te traceren als er pogingen worden ondernomen om de Welsh Spaniel als een apart ras geregistreerd te krijgen. Dezelfde A.T. Williams wordt daarvan de grote voorvechter. Rond het begin van de 20ste eeuw is de tijd daar rijp voor. Men gaat op papier zetten hoe de rassen eruit (behoren te) zien; de rasstandaard wordt geboren. Nu, bijna 100 jaar later, doen wij het nog steeds met diezelfde rasstandaard, behoudens enkele kleine wijzigingen.

In 1902 hebben de pogingen van de liefhebbers succes en wordt de Welsh Spaniel door de Engelse Kennel Club als een apart ras erkend. Vanaf 1902 tot 1967 staat er in de rasbeschrijving: A distinct variety, which has been preserved purely for working purposes. In de huidige tekst lezen we: Very ancient and distinct breed of pure origin. Met deze wijziging is vastgelegd dat de Welsh  zijn plaats als werkhond is gaan delen met die van huis- en showhond.

Na de erkenning als apart ras

Mr Williams streeft naar meer uniformiteit binnen het ‘nieuwe’ ras. Welsh Spaniels (veelal zonder het tussenvoegsel ‘Springer’) verschijnen meer en meer op tentoonstellingen. Mr Williams roept fokkers en keurmeesters op zich aan de nieuwe rasstandaard te gaan houden. Hij schrijft te hopen dat keurmeesters overdrijvingen in het uiterlijk niet zullen honoreren. Hij weet dat het mooier en eleganter maken van werkhonden afbreuk doet aan hun werkcapaciteiten.

In 1901 staat er in de Engelse hondenkrant ‘Our Dogs’ een foto met maar liefst negen Welsh Spaniels. Behalve hun namen en die van de eigenaren zijn ook hun gewichten vermeld. Dat is één van de manieren om hen van andere spaniels, zoals bij voorbeeld de Cocker, te onderscheiden. De tekst bij de foto luidt: The strain of these dogs are known in the country as the Llanharan, the Green meadow and the Pont neath Vaughan. All the same type, all Springers of the old class, kept and used for generations in this country, and are considered by them as the best for their working qualities for the rough districts they have to work. Op de foto is duidelijk te zien dat deze Welsh Spaniels niet alleen gelijkvormig zijn in type, maar op onderdelen (hoofd, oor, outline) sterk verschillen van de Engelse Cocker Spaniel.

Verrassende vondst

In alle boeken en geschriften over de Welsh Springer Spaniel wordt geschreven dat Mr Williams’ Welsh Spaniels Corrin en diens zoon Corrin of Gerwn (geboren in 1893 en 1898) geregistreerd worden als Engelse Cocker Spaniel én als Welsh Springer Spaniel. De Engelse historicus John Phillips kan echter, aan de hand van een Engels-Canadese vondst, in 2000 melden: We now know that the two most mentioned non-Welsh Springers were never registered in their correct breed. Of ze ooit wel als Engelse Cocker zijn geregistreerd valt nog te betwijfelen. Nazaten van Corrin, die is geboren uit niet-geregistreerde ouders – worden als Engelse Springers (!) én als Welsh Springers geregistreerd.                              

Een eigen rasvereniging

Na de erkenning van het ras (1902) ontstaat de eerste rasvereniging: The Welsh Spaniel Club. (Niet Welsh Springer Spaniel Club!) Mrs H.D. Greene van de Longmynd kennel is de secretaris, maar vanwege het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog moet men de werkzaamheden opgeven. De verwachtingen ten aanzien van de toekomst zijn zó somber dat Mrs Greene besluit al haar Welshen te laten inslapen. Ze is bang dat er op den duur niet meer voldoende voedsel voor haar honden zal zijn. Gelukkig hebben we het schitterende schilderij van Maud Earl, waarop twee Welshen uit de Longmynd kennel in 1906 zijn vereeuwigd.
 

Olieverfschilderij van Maud Earl (1864-1943). Dit zijn Ch Longmynd Myfanwy en Ch Longmynd Megan in 1906. (Collectie: The Kennel Club, Engeland.) 

In 1923 wordt, in Zuid-Wales, voor de tweede keer een rasvereniging opgericht: nu de Welsh Springer Spaniel Club. Colonel Downes Powell, eigenaar van de O’ Matherne kennel, is de initiator en hij zal de club 24 jaar leiden. Het eerste jaar van het bestaan wordt afgesloten met meer dan honderd leden en ook de eerst Field Trial wordt door de nieuwe club georganiseerd. Er vinden in die jaren echter nog kruisingen met Cockers plaats en veel nesten worden niet geregistreerd. In 1925 worden er 127 Welshen geregistreerd, maar dat betekent dus dat er méér geboren zijn.

Een aardig verhaal in dit verband is dat de eerste hond uit de Stokecourt kennel van Mrs D. Morriss, Beau genaamd, wordt geboren uit een onbekende vader en een niet-geregistreerde moeder. Een keurmeester op een show besluit dan maar dat Beau een echte Welsh Springer Spaniel is! Al vanaf de jaren twintig ontwikkelen zich kennels die zich toeleggen op de zgn. dual-purpose hond. Een Welsh die én in de showring én in het jachtveld prestaties levert. Goede voorbeelden hiervan zijn de Rockhill, Stokecourt en Rushbrooke Welshen.

Rhondda Valley

In de jaren twintig en dertig vindt men Welsh Springer Spaniels in Herefordshire, Devon, Somerset, Cornwall, in de Midlands en ook in het zuiden van Engeland.

Een naam die voor altijd verbonden zal blijven aan Welsh Springer Spaniels duikt al in de jaren twintig op: Mr Harold Newman uit Treorchy in de Rhondda Valley in Wales. Zijn eerste Welsh Springer is Barmaid (Jerry-Yr-Maer x Chep Filo). Met haar fokt hij in 1932 één van de beste honden uit die tijd: Dere Mhlaen, een zoon van Ch Marksman O’Matherne. Pas later bedenkt hij zijn kennelnaam: Pencelli. Deze kennel zal tot 1980 actief en succesvol blijven! In tegenstelling tot andere leden van de ‘oude garde’, die fokken, werken en tentoonstellen combineren, is Harold Newman een fokker en exposant pur sang. Het heeft de fokkers van dual-purpose honden er echter niet van weerhouden zijn fokdieren ruim in hun fokkerij te gebruiken.

De Tweede Wereldoorlog

Het aantal Welsh Springers dat wordt geregistreerd daalt dramatisch: 21 in 1942. De club staat min of meer op non-actief, want er waren in 1939 nog 81 leden. Col Downes Powell benoemt Harold Newman tot ‘bewaarder van het ras’ en geeft hem de middelen om de fokkerij te kunnen blijven financieren. Midden de oorlog, rond 1943, koopt Harold van ene Miss Evans Dewi Sant (Dere Di x Tesco Thornycraft), een top Welsh en een bekende dekreu in zijn tijd. Even voor de oorlog, in 1938, koopt Mr Cliff Payne, ook uit Wales, een Welsh Springer uit de Tarbay kennel en onder de kennelnaam Tregwillym worden tot halverwege de jaren tachtig vele Welshen gefokt.

Na de oorlog (1947) wordt de rasvereniging nieuw leven ingeblazen door secretaris/penningmeester Mr Hal Leopard (Rushbrooke), die van 1963 tot 1966 voorzitter is. In 1948 zijn er al weer 118 leden. Nieuwe namen doen hun intrede: Miss D.H. Ellis (of Downland), Mrs D. Morriss (Stokecourt) en Mrs M.I. Morgan (Branksome). In 1950 vliegt Miss Ellis naar de Verenigde Staten. Ze neemt vijf Welshen mee, die op verschillende Amerikaanse tentoonstellingen worden geshowd! De kranten staan er vol van. Haar reu Philosopher of Downland zou nu – meer dan een halve eeuw later – geen gek figuur slaan in de showring.         

De jaren vijftig en zestig

Fokken, exposeren en werken met Welshen raakt in een stroomversnelling. De eerste Welsh die Best-in-Show wordt is Brancourt Bushranger (1955). Ook exporteren naar andere landen komt op gang. Wat Nederland betreft: in 1951 verschijnt de eerste Welsh Springer op een tentoonstelling, in Breda. Dat is Red Rascal of Downland, gefokt door de avontuurlijke Miss Ellis. Veel fokkers in die jaren plegen te wonen in grote landhuizen met ruime kennels en ook Miss Ellis’ 12de eeuwse landhuis in Sussex mag er zijn.

Ook nu nog bekende kennels zoals die van Dr E. Rickards (Tarbay), Mrs D. Morriss (Stokecourt), Mrs M. Mayall (Rockhill) en Mr Frank Hart (Denethorp) maken naam, landelijk en overzee. Cliff Payne oogst successen, zowel bij het werk als op de show, met zijn Tregwillym Welshen. Ch Statesman of Tregwillym (Sh Ch Token of Tregwillym x Trinket of Tregwillym) is niet alleen een celebrity in zijn tijd, maar is ook één van de invloedrijkste Welshen.

En opnieuw doet een vrouw van zich spreken: Miss Ann West met haar Linkhill kennel in Zuid-Engeland. Haar Sh Ch Deri Darrell of Linkhill wordt Best-in-Show op WELKS in 1964. Harold Newman en Cliff Payne zijn in die na-oorlogse jaren de meest invloedrijke fokkers geweest. Ze worden bewonderd en geïmiteerd. Fokkers uit de jaren zestig, zeventig en tachtig beschouwen hen als hun mentors en bouwen voort – vaak met hetzelfde succes – op hun fokmateriaal. Dat zijn o.a. Hillpark, Athelwood, Wainfelin, Goldsprings en Dalati. Een fokker die naam maakt met slechts één top hond is Mr Hedley Perkins; zijn Sh Ch Bruce of Brent is wereldberoemd en komt in de jaren tachtig op veel Nederlandse stambomen voor.

Er voltrekken zich in deze jaren duidelijke veranderingen in het uiterlijk van de Welsh Springer Spaniel. De kleur rood wordt dieper; oranje of lemon komt nauwelijks meer voor. De hals lijkt iets langer te worden, het beenwerk is rechter en steviger. Ook aan het trimmen wordt meer aandacht besteed. De eenheid in type neemt toe, alhoewel sommige kennels onmiddellijk herkenbaar zijn in hun fokproducten. In 1967 worden er 253 Welshen geregistreerd; in 1969 zijn dat er 385.

De jaren zeventig tot het millennium

De fokkerij neemt een grote vlucht. In 1978 worden er 463 nesten geregistreerd. De eerste Kampioenschapsclubmatch, met 58 inschrijvingen, vindt in 1971 plaats. Sh Ch Progress of Pencelli en Sh Ch Roger of Pencelli van Harold Newman zijn niet alleen grote winnaars, maar ook zeer invloedrijke dekreuen. Minstens even succesvol in de showring is dan Sh Ch Contessa of Tregwillym (Dewi of Tregwillym x Maid of Henllys) van Cliff Payne. Met steun van deze beide kenners starten Anne & John Walton hun Hillpark fokkerij. Hun Welshen Sh Ch Hillpark Ceasar en Sh Ch Hillpark Brutus kennen vele successen in Amerika. Ook de Athelwood kennel van Mrs Maggie Mullins doet van zich spreken. Deze fokster hanteert jarenlang de pen in kynologische bladen en legt daarbij veel van de geschiedenis uit deze periode vast. Een nieuwe ster aan het firmament, die relatief kort maar hevig schijnt, is Mr Ken Burgess met zijn Plattburn Welshen. Sh Ch Plattburn Perchance (Plattburn Poacher x Emma of Glenary) en Sh Ch Plattburn Probability (Possibility of Plattburn x Plattburn Peggianne) zijn toppers in hun tijd, die ook Best-in-Show overwinningen behalen. Plattburn is een type Welsh dat als ‘modern’ gekwalificeerd kan worden. De vachten zijn zonder uitzondering dieprood en glad. De honden maken een sterke indruk, diepe borsten en stevige ruggen. Hun gangwerk is uitgrijpend en de bouw is symmetrisch. Een wezenlijk deel van de Nederlandse fokkerij is in de jaren zeventig op Plattburn Welsh Springers gebaseerd.  

Grondleggers voor nieuwe foklijnen

Een kennel die in 1971 start met Welsh Springers en wereldwijd befaamd zal worden is Dalati van Mr en Mrs Noel & Dodo Hunton-Morgans. De Dalati Welshen domineren de fokkerij en de showring meer dan 25 jaar. Deze begaafde fokkers produceren tientallen toppers, die uitblinken in constructie en (hoofd)type. Alhoewel vrijwel iedere Engelse Welsh Springer fokker van enige betekenis inmiddels honden naar Europa, Amerika en Australië heeft geëxporteerd, zijn het vooral Dalati Welshen die buiten Engeland grondleggers zijn geweest voor nieuwe foklijnen. Maar ook in eigen land doen ze dat: Ferndel, Weslave en Russethill bij voorbeeld danken hun bestaan aan Dalati. De bekendste honden uit deze kennel world wide zijn ongetwijfeld Sh Ch Dalati Sarian (Tregwillym Royal Mint x Sh Ch Dalati Sal), die in 1990 de jachthondengroep op Crufts wint, en Sh Ch Dalati Sioni (Sh Ch Dalati Cais x Sh Ch Dalati Fflur), die in 1992 de titel ‘Top Stud Dog All Breeds’ wint. Sioni is, in mijn opinie, de reu met de beste papieren als het om kwaliteit in de vererving gaat. Aan de activiteiten van deze kennel is bij het aflopen van de 20ste eeuw een einde gekomen. Bij kenners van het ras is het Dalati type veelal favoriet.

Het ras floreert: in 1989 worden er 800 pups geregistreerd en aan het einde van 1986 zijn meer dan 900 liefhebbers lid van de rasvereniging. Sh Ch Wainfelin Barley Mo (Tregwillym Royal Mint x Wainfelin Rhos Mair) van Mr en Mrs Mansel & Avril Young is ook een hond die in de jaren tachtig wereldwijd bekend wordt. De Wainfelin kennel is gestart in 1974, gebaseerd op Tregwillym, maar stopt net voor het millennium met fokken.

Het jaar 1986 is een topjaar voor het ras: er worden 715 pups in het stamboek ingeschreven. De rasvereniging telt in 1988 882 leden. Het aantal voor Welsh Springer te winnen CC’s is gestegen van 20 (1975) naar 32 (1988).

 
Sh Ch Wainfelin Barley Mo,
top Welsh Springer in de jaren tachtig.
(Foto: Marinus Nijhoff.)

Nieuwe namen

In de jaren zeventig en tachtig komt de export, o.a. naar Nederland, goed op gang. Gekozen wordt uit de succesvolle kennels in die jaren, o.a.: Dalati, Wainfelin, Northey, Delkens, Mapleby, Hillpark en Russethill. Merkwaardiger genoeg is het een ‘outsider’, de teef Sh Ch Kamp. Bramblebank Calamity Jane, die (via haar zoon Kamp. Valentijn van Snellestein) de grootste invloed op de fokkerij in Nederland na 1980 zal krijgen. In deze periode ontstaat een behoorlijk aantal zeer succesvolle kennels in Engeland, zoals o.a.: Trealvi (Mrs Vi Buchanan), Knockmains (Mr Jock Beattie), Tamaritz (Mr & Mrs Phillip Green), Cwrt Afon (Mr & Mrs L. Morgan), Menstonia (Mrs Christine Knowles), Northey (Mrs Christine McDonald), Russethill (Mrs Doreen Gately), Nyliram (Mr Tom Graham), Weslave (Mr & Mrs John Hartley), Ferndel (Mr John Thirlwell), Julita (Mrs Julie Revill), Parkmist (Mr & Mrs Bill Short), Taimere (Mr & Mrs Graham Tain), Highclare (Miss G. Tully), Kazval (Mr Frank Whyte), Dalville (Mrs Ruth Dalrymple) en Zamberlan (Mrs Jane Hopkins). De opmars naar alle windstreken, ook naar het hoge noorden, is een feit. Uit bijna al deze kennels zijn honden naar Nederland gekomen.

En weer is er één Welsh die in deze periode geschiedenis schrijft: Sh Ch Russethill Royal Salute Over Nyliram (Sh Ch Dalati Sioni x Russethill Reverie) van Mr Tom Graham. Hij is één van de vele succesvolle zonen van Dalati Sioni en de Welsh met de meeste kampioenschappen: 58, waarvan 42 met BOB. ‘Harvey’ is de Top Welsh in 1992, 1993 en 1994. ‘Overall Top Gundog’ en 4de ‘Top Dog of All Breeds’in 1993. Nationaal en internationaal een ambassadeur voor het ras. Een topteef uit de jaren negentig is Sh Ch Northoaks Sea Mist of Menstonia (Sh Ch Dalati Sibrwd x Menstonia Moonlight Mist; 42 CC’s; eigenares Mrs Christine Knowles). De toppers van vandaag de dag zijn de teef Sh Ch Cleavehill Brynberrys (Don’s Simply Red at Highclare x Cleavehill Rhianna)van Mrs Jean Taylor en de reu Sh Ch Ferndel Copywrite (Sh Ch Kazval Watermark for Weslave x Sh Ch Ferndel Cecilia) van Mrs M. Thirlwell. Brynberrys is Top Welsh 2000 en 2001, terwijl Copywrite de beste van 2002 is, Crufts wint in 2003 en in dat jaar ook diverse groepsoverwinningen heeft.


De reu met de meeste kampioenschappen in Engeland: Sh Ch Russethill Royal Salute Over Nyliram, gefokt door Mrs Doreen Gately en eigendom van Mr Tom Graham.
(Foto: Marinus Nijhoff.)


 



Top Welsh Springer in 2000 en 2001: Sh Ch Cleavehill Brynberrys, gefokt door en eigendom van Mrs Jean Taylor. (Foto: Ria Hörter.)

 


Top reu in 2002 en 2003: Sh Ch Ferndel Copywrite,
gefokt door en eigendom van Mr John Thirlwell.
(Foto: Arlene Tester.)

In 1987 ondergaat de rasstandaard weer een aantal kleine wijzigingen. Het algeheel beeld spreekt nu van een gedrongen hond. Onder het kopje aard komt te staan: Vriendelijk van aard, geen sporen van agressie of nervosteit tonend. De kleur van de neusgaten mag (weer) bruin tot donker zijn. Bij het gebit wordt nu een regelmatig en compleet schaargebit gevraagd. In de oude tekst stond ‘noch onder- noch bovenvoorbijtend’, waarmee een tanggebit in principe dus was toegestaan. Ook de maatvoering bij de heren wordt wat soepeler: reuen ongeveer 48 cm. Niet schokkend allemaal, slechts richtinggevend.   

(Weer) toenemende belangstelling voor de werkende Welsh

Purely for working purposes zegt de standaard van 1902 tot 1967. Er zijn echter jaren waarin het lijkt alsof de Welsh alleen show- en huishond is. Daarin komt verandering als er een aantal fokkers komt dat het werken met de Welsh weer actief promoot. Dat kan uiteraard niet meer onder dezelfde omstandigheden als in de eerste helft van de 20ste eeuw. Deze fokkers kiezen bewust voor een dual-purpose Welsh: showen én werken. In het begin van de jaren zeventig zijn dat vooral Mr Gordon Pattinson (Tidemarsh), Mrs Angie Lewis (Riscoris), Mrs Dolly Leach (Presthill) en Mrs Eileen Falconer (Hackwood). In de jaren tachtig breidt deze groep zich uit met o.a. Mr John Phillips (Topmast), Mr & Mrs Derek Dean (Pasondela), Mr & Mrs John Derrick (Mynyddmaen), Mrs Julie Revill (Julita) en Miss Gill Tully (Highclare). Vooral de drie laatstgenoemden slagen erin de top te bereiken, zowel in de showring als in het veld. Net als in Nederland is er in Engeland – gelukkig – geen discussie over ‘showtype’ en ‘werktype’. In 1983 vindt de ‘revival of working’ haar hoogtepunt in een door de club georganiseerde Field Trial.

Exporten en nieuw clubs

Met exporten naar o.a. Amerika, de Scandinavische landen, Nederland, Australië en Nieuw-Zeeland draagt Engeland in hoge mate bij aan de opbouw en ontwikkeling van het ras in deze landen. In Nederland start de echte geschiedenis met een of Downland Welsh. Zweden begint met Linkhill, Frankrijks eerste Welsh is uit de of Tarbay kennel en Amerika’s geschiedenis begint met o.a. een Longmynd Welsh Springer. Het bezoeken van shows en clubmatches in Engeland wordt echt populair aan het einde van de jaren zeventig. Welshliefhebbers uit de hele wereld treffen elkaar in het moederland. In 1980 wordt in Engeland een tweede rasvereniging opgericht: de Welsh Springer Spaniel Club of South Wales . Deze club, met een sterk ‘Welshe inslag’ en veel aandacht voor de werkende spaniel, houdt haar eerste clubmatch in 1985. Spoedig daarna volgt de oprichting van nog twee clubs: de South Eastern Welsh Springer Spaniel Club (1987) en de North of England Welsh Springer Spaniel Club (1990). De grote afstanden en de verspreiding van het ras over het hele land liggen aan de oprichting van de nieuwe rasclubs ten grondslag. Alle vier organiseren ze Open Shows en Kampioenschapsclubmatches en verspreiden ze Newsletters. De W.S.S.C. publiceert elk jaar het ‘Yearbook’. Een bekroning op hun samenwerking vormt het internationale Welsh Springer Spaniel Seminar in 2000: WSS2000, waar liefhebbers uit vele landen, tot uit Amerika en Canada toe, aanwezig zijn.

Engeland is geen eiland meer

Door de jaren heen hebben grote fokkers prominente plaatsen ingenomen in het bestuur van de rasvereniging. Dr Ester Rickards  (of Tarbay) is voorzitter van de W.S.S.C. van 1966 tot 1977; Mr Harold Newman (Pencelli) wordt in 1975 president en Mr Noel Hunton-Morgans (Dalati) bekleedt diezelfde functie van 1984 tot 1994. Het langste aantal dienstjaren heeft Mrs Anne Walton (Hillpark). Zij is secretaris en penningmeester vanaf 1970, voorzitter vanaf 1985 en ze bekleedt sinds een aantal jaren de honoraire functie van president. Er vindt niet alleen export van honden plaats, maar ook van kennis. In Amerika verschijnt al in 1977 het eerste echte boek over het ras: The Welsh Springer Spaniel, History, Selection, Training and Care door William Pferd III. In 1985 verschijnt de eerste druk van The Essential Welsh Springer Spaniel door John Phillips en in 1999 verschijnt Anne Waltons boek Welsh Springer Spaniel. Internet en e-mail zorgen rond het millennium voor de grootste doorbraak wat informatie uitwisseling betreft. Elke dag communiceren vele honderden liefhebbers van het ras met elkaar. Van Zweden tot Nieuw-Zeeland en van Ierland tot Oostenrijk.

The World of Dogs: Welsh Springer Spaniel. Een standaardwerk over het ras, geschreven door fokker/keurmeester/exposant Mrs Anne Walton (Hillpark).

 

(T.F.H. Kingdom, 1999. ISBN 1852791128. (Verkrijgbaar in de shop van de W.S.S.C.)

Engeland is geen eiland meer; de wit-rode spaniel uit de Neath Valley heeft wereldwijd een plaats veroverd. Als huishond, showhond en jachthond.

In ‘De Hondenwereld’ van februari, maart, april en mei 1986, van december 1990 en van oktober 1996 is de complete historie van de Welsh Springer Spaniel en de fokkerij in Nederland gepubliceerd. Bovenstaand artikel is in uitgebreide vorm verschenen in ‘De Hondenwereld’ van maart en april 2002.


Deze tekst zal worden aangevuld tot en met 2010




 

Copyright © 2010 WSSC Welsh Springer Spaniel Club Nederland
 For problems, additions, or corrections to the website, email the webmaster  M. Neve