|
|
De Welsh Springer Spaniel is ingedeeld in de rasgroep 8:
Retrievers, Spaniels en Waterhonden, sectie 2, rasstandaard
nummer 126.
De laatste editie dateert van 2003. Alle
verdere informatie:
www.fci.be |
RASSTANDAARD WELSH
SPRINGER SPANIEL
Algeheel beeld:
Een symmetrische, gedrongen hond, niet hoog op de benen, in bouw
duidelijk berekend op uithoudingsvermogen en hard werk. Hij heeft
een vlot en levendig gangwerk met veel stuwing en kracht.
Algemene kenmerken:
De Welsh
Springer is van zeer oude en zuivere oorsprong. Sterk, vrolijk en
zeer levendig.
Aard:
Vriendelijk van aard,
geen sporen van agressie of nervositeit tonend.
Hoofd en schedel:
Schedel
evenredig in lengte, enigszins gewelfd, met duidelijk aangegeven
stop en goed besneden onder de ogen. Voorsnuit van middelmatige
lengte, recht, tamelijk vierkant. Neusgaten goed ontwikkeld, bruin
tot donker.
Ogen:
Hazelnootkleurig of
donker, middelmatig groot, noch uitpuilend, noch diepliggend. Het
onderste ooglid mag niet uitzakken.
Oren:
Matig laag aangezet,
dicht tegen de wangen hangend. In verhouding klein en geleidelijk
smaller wordend naar de punt, enigszins de vorm van een wijnblad.
Gebit:
Sterke kaken met een
perfect, regelmatig en compleet schaargebit, dat wil zeggen dat de
boventanden vlak over de ondertanden heen sluiten en recht in de
kaak zijn geplaatst.
Hals:
Lang en gespierd,
zonder keelhuid, goed overgaand in schuin liggende schouders.
Voorhand:
De voorbenen zijn
van middelmatige lengte, recht, met stevige botten.
Lichaam:
Niet lang, sterk
en gespierd. Diepe borst, goed gewelfde ribben. De lengte van het
lichaam moet in goede verhouding staan tot de beenlengte. Gespierde
lendenen, licht gewelfd, goed overgaand in de achterhand.
Achterhand:
Sterk en
gespierd, breed met goed ontwikkelde onderbenen. Achterbenen met
stevige botten en goedgeplaatste sprongen. De kniegewrichten matig
gehoekt, noch naar binnen, noch naar buiten draaiend.
Voeten:
Rond, met dikke
zolen. Stevige kattenvoeten, niet te groot en geen spreidvoeten.
Staart:
Goed aangezet en
laag, nooit boven de ruglijn gedragen. Wordt meestal gecoupeerd en
is levendig in beweging. *
Gangwerk:
Soepele,
krachtige, wijd uitgrijpende beweging, stuwend vanuit de achterhand.
Beharing:
Sluik of glad,
van dichte, zijdeachtige structuur, nooit stug of golvend. Een
gekrulde vacht is zeer ongewenst. Voorbenen en achterbenen boven de
hakken matig bevederd, oren en staart licht bevederd.
Kleur:
Alleen dieprood en
wit.
Hoogte:
reuen ongeveer 48 cm
(19 inches) en teven ongeveer 46 cm (18 inches) schofthoogte.
Fouten:
Elke afwijking van de
voorgaande punten moet als een fout worden beschouwd en de
beoordeling van de ernst van de fout moet in verhouding staan tot de
mate waarin de fout zich voordoet.
Opmerking:
De reuen moeten
twee normaal ontwikkelde, volledig in het scrotum ingedaalde
testikels hebben.
-
Sinds
september 2002 geldt een coupeerverbod in Nederland voor staarten.
Deze beschrijving geldt echter ook voor niet gecoupeerde staarten.

Welsh Springer reu

Welsh Springer teef |